Wisselstroom motor

In de luchtspleet van een wisselstroommotor wordt een draaiveld opgewekt. Het draaiveld is een veld dat zich in een tijd afhankelijk van de frequentie voortplant langs de omtrek van de motor. De omloopsnelheid van het draaiveld is n0, de synchrone snelheid. De snelheid van de rotor is n. Driefasige machines hebben in de stator een driefasige wikkeling die zich in de gleuven van het blikpakket bevindt. Deze constructie wordt zowel bij asynchrone als bij synchrone motoren gebruikt. Beide motoren hebben een verschillende rotor. De synchrone motor heeft in de rotor een wikkeling die gelijkstroom voert, of een permanent magneet systeem. Deze heeft een rotorveld, onafhankelijk van het feit of de stator al dan niet gevoed wordt. Bij een synchrone (inductie)motor zijn de geleiders op de rotor normalerwijze kortgesloten. De rotorstromen ontstaan door inductie van spanning in de rotorgeleiders ten gevolge van het statorveld. Dit veld ontstaat doordat n kleiner is dan n0. Wordt een asynchrone motor zwaarder belast dan zakt toerental n waardoor het verschil tussen n en n0 groter wordt daardoor worden ook de rotor stromen hoger waardoor het koppel toeneemt en het toeren tal weer stijgt, hierdoor zal een evenwicht ontstaan.