Condensator

Een condensator is een onderdeel dat een elektrische lading enige tijd kan bewaren. Een condensator bestaat altijd uit twee geleiders die gescheiden zijn door een isolerende stof. Die isolerende stof kan bijv. zijn : lucht, een kunststof (plastic), een keramisch materiaal, mica of een oxide huidje op een metaal. We noemen dit het diŽlektricum.

Bij een spanningsverschil tussen de platen zal er in de isolator een tegenovergestelde ladings verschuiving optreden. Isolatoren hebben moleculen die aan de ene kant meer (negatieve) elektronen bevatten dan aan de andere kant.

Doordat tegenovergestelde ladingen elkaar aantrekken richten die moleculen zich naar het elektrische veld. Maar in een isolerend materiaal zijn de elektronen gebonden aan hun moleculen en dus gaat er geen stroom lopen. De mate waarin een condensator lading kan opslaan heet de capaciteit. Deze wordt uitgedrukt in Farad. De waarde wordt groter met de oppervlakte van de platen. Als de platen dichter bij elkaar zitten is de capaciteit ook groter. Ook de diŽlektrische constante van de isolator beinvloed de capaciteit.

Een condensator beÔnvloedt het vloeien van elektrische stroom. Wanneer over een bepaalde weerstand de spanning toeneemt, dan zal de stroom door die weerstand ook toenemen. Bij een condensator is dat anders, bij gelijkstroom vloeit er kort een stroom tot de condensator opgeladen is. Bij wisselspanning wordt de condensator afwisselend geladen, ontladen en tegengesteld geladen, waardoor schijnbaar stroom wordt doorgelaten. Bij een ideale condensator ijlt de stroom 90 graden voor op de spanning.

Condensator

Fig 1. Condensator.