Buizen

De elektronenbuis was de eerste echte elektronische component. De simpelste vorm is net als bij halfgeleiders de diode deze bestaat uit een vacuüm getrokken glazen buis waarin een gloeidraad geplaatst is , een kathode en een anode. Wanneer de gloeidraad opgewarmd is en het spanningsverschil tussen anode en kathode hoog genoeg is, zal er een stroom gaan lopen. Wordt de spanning omgekeerd dan loopt er geen stroom. Andere elektronenbuizen hebben tussen de kathode en de anode een of meer roosters die de stroom elektronen beïnvloeden. Een negatief geladen rooster stoot de electronen af. Het aantal roosters bepaalt de benaming van de elektronenbuis.

De diode is net beschreven en heeft alleen een anode en kathode (en uiteraard een gloeidraad). Een variant hierop is de dubbel diode wat gewoon twee diodes in een buis zijn.

Diode

Fig 1. Diode.

Diode

Fig 2. Dubbel diode.

De triode heeft 1 rooster - het stuurrooster - waarmee met een kleine spanningsverandering een relatief grote stroomverandering tussen anode en kathode teweeggebracht kan worden.

Triode

Fig 3. Triode.

De tetrode heeft 2 roosters, het extra rooster, tussen stuurrooster en anode, dient om de versterkingsfactor te verhogen.

Tetrode

Fig 4. Tetrode.

De pentode heeft een stuurrooster, schermrooster en een keerrooster

Pentode

Fig 5. Pentode.